Verslag Tanzania
Dinsdag 13 maart – van Namanga naar Arusha
Direct na het ontbijt allemaal op de fiets vertrokken richting de grens, een rommelig Afrikaans dorp met twee grensovergangen. Bij elk moesten we natuurlijk weer een formulier invullen, een voor vertrek uit Kenia, de ander om Tanzania binnen te mogen. Omdat wij al een visum hadden, verliep de grensovergang betrekkelijk snel. Vervolgens werden we overstelpt met jongens die geld wilden wisselen. Onze laatste Keniaanse shillings gewisseld voor Tanzaniaanse shillings, tegen een, naar wij denken, redelijke koers. Maar dat er genoeg aan de strijkstok van die snelle wisselaars blijft hangen, mag duidelijk zijn. Enfin, ook dit is een vorm van ontwikkelingshulp.
Vanaf de grens weer 20 kilometer gefietst tot een drankstop.
Het werd warmer maar toch was het fietsen goed te doen. Een van
de vrouwelijke deelnemers – Ellie, die net als wij in Nairobi is
gestart - had wel erg veel last van de warmte maar ze fietste na
de stop toch door. Dat heeft ze moeten bezuren.
Wij kwamen redelijk fit aan bij de daarop volgende
truckstop en besloten dat het weer genoeg geweest was voor
vandaag. Arusha was nog zeker 50 kilometer dus per fiets voor
ons niet makkelijk te doen, met nog een klim tot 2000 meter.
Bovendien wilden we rustig conditie opbouwen in deze tropenhitte.
De stop diende tevens als lunchstop. Langs de kant van de weg
werden de tafels en krukjes weer uitgeladen en een overvloedige
lunch neergezet, met op de achtergrond de in nevelen gehulde
Kilimanjaro.
Ellie werd steeds beroerder, ze had duidelijk last van warmtestuwing. Maar dankzij onze kennis die wij opgedaan hebben van de onvolprezen EHBO-docente Truus en het Handboek voor de Buitensporter konden wij waarschijnlijk erger (een shock misschien) voorkomen. Reinout vulde zijn tropenhoed met koelingsband voortdurend met water en dwong haar, ondanks protest, die hoed met water op haar hoofd te zetten. Koelen, koelen, koelen is het parool en dat hebben we de volgende uren stug volgehouden.
Op Wilfred, een getrainde fietser, en de man van Ellie na
stapte iedereen na de lunch in de truck voor de laatste 50
kilometer naar Arusha. Het landschap veranderde van droog en
redelijk vlak in groen en heuvelachtig, de uitlopers van Mount
Meru, waar we helemaal omheen reden.
Onderweg geen bijzondere, dus wilde dieren gezien. Wel veel
Masaï-herders met kuddes ezels of geiten. En eindeloos veel
kinderen die naar ons zwaaiden en riepen of met hun hand het
gebaar om geld maakten. Soms mochten we een foto maken, in ruil
voor restanten van onze lunch of een flesje cola. Maar we
weigeren stelselmatig geld te geven.
Nu zitten we op de campsite van Arusha, een grote campsite, die morgen ook wordt bezocht door de Tour d’Afrique. Errol is bezig met het diner en iedereen doet wat klusjes of leest. Wij gaan morgen naar Arusha National Park. Arusha is een provincieplaats, maar dan een geweldig drukke.
Woensdag 14 maart – Arusha National Park
Na een zeer rumoerige nacht op deze campsite (veel jeugdige overlanders zorgden voor lawaai tot na twaalf uur en om vijf uur begon hun truck het vertrek voor te bereiden) zijn we vroeg opgestaan om naar het Arusha National Park te vertrekken.
Arusha National Park ligt 30 kilometer buiten Arusha, de tocht erheen duurde toch nog meer dan een uur. Het park is een van de kleinste parken van Tanzania maar heeft vrij veel diersoorten en een prachtige, gevarieerde natuur. Oerwoudachtige gebieden wisselen af met steppeachtig terrein, er is een krater en er zijn verschillende meren. Het park ligt op een van de flanken van Mount Meru en kent dus veel hoogteverschil. Direct bij binnenkomst werden we begroet door een nieuwsgierige giraf. Er zitten er zeer veel in het park ontdekten we later. We hebben vele uren rondgereden in onze eigen truck met eigen chauffeur en zagen veel giraffen, heel veel buffels, zebra’s, apen, impala’s, wrattenzwijnen, de staart van een luipaard en nog veel meer. De olifanten lieten zich helaas niet zien. Afgelopen zondag was een jong overleden en na enige tijd in dat gebied te hebben gerouwd, waren ze net weer verkast naar een ander deel van het park. Een deel van de groep heeft in de middag nog een wandeling met guide gemaakt, maar wij en nog twee deelnemers zagen dat niet zo zitten. Het was drukkend warm en de slechte nacht deed zich gelden. Dat werd dus een tukje.
Rond half vijf vertrokken we richting Arusha, maar de chauffeur en Pascal vergisten zich in de weg het park uit. Na een flinke tocht over alweer een hobbelige weg liepen we bijna vast in water op de weg. Toen werd duidelijk dat we precies de verkeerde richting opgingen en zo nooit of na een lange omweg over de binnenlanden pas in Arusha zouden aankomen. Enigszins chagrijnig keerde Errol de grote truck op het smalle zandpad en ging in volle vaart terug naar het park. Zo verspeelden we vijf kwartier en kwamen uiteindelijk pas tegen half acht op de campsite terug. Maar we kregen ook een geweldig beeld van het echte Tanzania buiten de drukke en luxe stad Arusha. Armoedige lemen hutjes, veel mensen en vooral ook weer veel kinderen, die altijd zwaaiden en lachten. Een kerkdienst op een soort voetbalveldje, waar gedanst werd tijdens de dienst. Een paars altaarkleed over een tafel deed dienst als kansel.
In het camp was de Tour d’Afrique inmiddels ook aangekomen
dus het was redelijk druk. Pascal gaf Errol vrij af van het
koken en bestelde eten voor ons bij het campsite restaurant.
Morgen vertrekken we meer naar het centrum van Tanzania, naar
Dodoma, de huidige hoofdstad.
Donderdag 15 maart – van Arusha een klein stukje westwaarts
Gisteren is Errol vervangen door een koppel, chauffeur Stefano, een stevige blanke Zuid-Afrikaan (rugby-type) en DJ, zijn vriendin, die stage loopt als begeleider van o.a. de Tour d’Afrique. DJ is een heel klein, tenger ook blank Zuid-Afrikaans meisje van Portugese voorouders.
We werden ‘s ochtend om vijf uur al wakker geschud door het rumoerige vertrek van een overlandtruck. De avond ervoor waren we ook al uit de slaap gehouden door harde muziek. Overlanders zijn voornamelijk jongelui die in een truck van Nairobi naar Kaapstad of andersom trekken, onderweg bergen beklimmen, op safari gaan of andere spannende dingen doen. Maar zij kunnen kennelijk niet zonder avondlijk vertier. Onze groep bestaat uit fietsers die elke dag een flinke inspanning plegen en dus hun nachtrust wel nodig hebben.
Stefano verraste ons met een stevig ontbijt met zelfs roerei en spek. Aan ons niet besteed maar anderen uit de groep kunnen dat kennelijk hebben zo vlak voor het fietsen.
Deze dag was nog een makkelijke dag. We hoefden maar 30
kilometer te fietsen naar de volgende campsite. Een plek waar
garagefaciliteiten zijn voor overlandtrucks, een snake-museum en
een Masaï-museum en natuurlijk een camping. De truck was nodig
aan revisie toe met het oog op de zware tocht over de slechte
weg de komende vijf dagen.
Big business dus voor de eigenaar van deze campsite, want er
wordt druk gebruik van gemaakt.
We hebben de ochtend in Arusha gebruikt voor het versturen van onze eerste teksten en foto’s in een internetcafé. Dat gaf aanvankelijk enige stress. De computers waren nogal langzaam, onze ervaring met het versturen van gegevens vanuit zo’n plek gering en de ondersteuning marginaal. Maar met geduld en blijven proberen is het toch gelukt.
Daarna vonden we een echt café waar ze espresso koffie en zelfs croissants hadden! Vlak voor dat café stond een jongen die kranten te koop aanbood en uitnodigend een Volkskrant omhoog hield. Hoe hij raadde dat we Hollanders zijn, wilden we niet weten. Het was de krant van woensdag en Reinout kon die verleiding niet weerstaan. Hij noemde de knul “my hero”, betaalde zonder afdingen het gevraagde bedrag en ontdekte korte tijd later dat deze hero een goede handelsneus had. De krant bestond uit twee katernen, het voorkatern van woensdag en een tweede katern van de zaterdag ervoor. Ook was deze krant al door meerdere handen gegaan en dus meerdere keren verkocht. Waarschijnlijk kwam hij uit een vliegtuig, achtergelaten door een toerist. Toen we het café verlieten, lieten we het zaterdag katern liggen en binnen een oogwenk werd dat weer aan de verkoper teruggegeven door iemand uit het café. Goede handel dus.
De fietstocht naar de campsite was makkelijk. We waren daar vroeg in de middag en hadden ruim de tijd om de tent op te zetten, te lunchen en de musea te bezoeken. Anne hield het in het snake-museum na de eerste python, met plaatje van een Soedanees die door zo’n beest was opgegeten, voor gezien. Reinout werd door het Masaï-museum geleid door een jonge Masaï. Ook al zijn de Masaï geen echte herdersnomaden meer, veel van hun tradities zijn bewaard gebleven. En ook hun familiestructuur. Aan de kleding kan je veel aflezen over de plaats in het gezin. Vrouwen zorgen voor het huis, ook voor het bouwen ervan, en de mannen zorgen voor het vee en de jacht. Ook kleine jongens hebben al vroeg grote verantwoordelijkheid bij het weiden van het vee. Overigens worden niet alleen de jongens besneden, ook de meisjes moeten eraan geloven. Het is niet meer legaal, maar gebeurt nog steeds. De ouderen worden met veel respect behandeld. Oude mannen bijvoorbeeld dragen geen wapens meer, zij oefenen hun macht uit door wijsheid, de jongere mannen dragen de wapens. Overigens worden ook hier de culturele gebruiken vermengd. Rond het kamp scharrelt een Masaï, geheel gekleed in traditionele kleren, maar ook met een qua kleur goed bijpassende Santa Claus muts. Maar misschien is het ook wel de stamdwaas. We durfden er geen foto van te maken.
Er werd druk gesleuteld aan de truck. En Stefano en DJ besteedden de hele middag aan het schoonmaken van de bus en de keukenuitrusting en de reorganisatie van het voorraadbeheer.
Wij probeerden ondertussen onze tent lekvrij te maken. Bij een regenbui die middag bleek er een plas water in de tent te staan. We dachten dat de regen door het dak kwam dus hebben het dak met een vuilniszak meer regenbestendig gemaakt.
We slapen in grote tweepersoons legertenten, makkelijk op te zetten koepeltenten van heel zwaar canvas. Deze worden gebruikt door alle overlanders. Maar door het vele malen nat inpakken zijn ze kennelijk niet erg waterdicht meer.
In de loop van de middag stroomde ook deze campsite weer vol met overlanders, uiteindelijk stonden er negen trucks en honderd man. We moesten met zijn allen vier wc ’s en douches delen, maar dat lukte redelijk. We aten in het restaurant van de campsite. Vanaf morgen wordt het bushcamp en wordt er gekookt door Stefano.
Vrijdag 16 maart – out of the comfort zone
Vandaag hebben we 80 kilometer gefietst over het laatste
asfalt de komende dagen. De truck stopt steeds om de 20
kilometer, om drinken en koekjes te geven en afhakers
gelegenheid te geven om in te stappen. We fietsten door mooi
glooiend landschap, veel gecultiveerd land en veel vee. Her en
der stonden de bekende ronde, rieten Masaï-hutjes. Men is hier
niet gesteld op fotograferen. Als je dat wel wilt, moet je
betalen. Toen we een kudde overstekend vee wilden fotograferen
nam de Masaï-herder een dreigende houding aan met zijn stok. We
weigeren echter om geld te geven, dus lieten de foto zitten.
Onderweg worden we ook voortdurend gevraagd om geld door de vele
kinderen langs de weg.
De lunch was na 80 kilometer, vlak voor de plek waar het asfalt overging in de beroemde dirt road. Een vaak smalle weg van rode aarde, met kuilen, modder, keien, grind, los zand enzovoort. Deze weg duurt tot aan Iringa, en dat is voor ons minstens vijf dagen fietsen of met de truck.
De meesten van ons stapten na de lunch in de truck, een enkeling wilde de ervaring van de dirt road vandaag al ervaren. En slecht was de weg! We hotsten en botsten voortdurend door de bus heen en weer. De stoelen in de truck staan hoog, want onderin is het bagageruim. Dus bij elke kuil of modderplek helde de bus vervaarlijk over van links naar rechts. Je hebt een voortdurend gevoel van kapseizen, maar gelukkig richt de truck zich elke keer weer op. Al gaat het soms bijna mis, volgens Reinout. Dat het ook vaak fout gaat, hadden we al kunnen zien op de foto’s in de bar van de laatste campsite.
Even voor het beeld: als we allemaal in de truck zitten, staan er zes fietsen in het smalle gangpad tussen de stoelen en de overige fietsen staan op en naast elkaar in het achterdeel. Om onze stoelen te bereiken moeten we over de leuningen en stoelen heen klimmen. Alleen de chauffeur, Dorina met de kinderen en Pascal zitten voorin.
Stefano is overigens een geweldige chauffeur. Onze truck is oud, heeft al bijna 7.000.000 kilometer gereden maar heeft eigenlijk te weinig vermogen. Met een ongelofelijk gevoel voor timing en geweldige stuurmanskunst sleurt Stefano de truck echter door diepe kuilen, rul zand en onvoorstelbaar vette, zuigende modder. En dat alles onaangedaan pratend met Pascal.
Wat de wilde dieren betreft was het mager. Tijdens het fietsen twee zebra’s en twee giraffen in de verte, en vanuit de bus een vliegende Maraboe gezien. Eerst dachten we dat het een Deltavlieger was, zo groot is zo’n beest als die vliegt.
We klommen met de truck een flink stuk omhoog tot aan 1900 meter en waren wel blij dat we dat niet hoefden te fietsen. Na ruim vijf uur in de bus vonden we, vlak voor het vallen van het duister boven op de berg, midden in het oerwoud een kleine bergwei om ons kamp op te slaan. Romantischer kun je het niet krijgen. In de buurt woonden maar een paar mensen, dus de bekijks was ook minimaal. Bij de dorpsoudste konden we een krat bier kopen, maar eerst moesten wij in eendrachtige samenwerking de brede banden op onze fietsen leggen. Vanaf nu gaat het door zand en modder. De laatste band werd er omgelegd onder het schijnsel van de hoofdlampen. En toen in bad. Dat wil zeggen dat je als paar een teiltje water krijgt, waar je in kan staan, en dan was je je achter de auto, zo goed en kwaad als het gaat. Piemelnaakt in het oerwoud. Na afloop was het water net zo rood als het rode teiltje. Maar frisgewassen dus aan tafel. Stefano had een waar luxe diner klaargemaakt, met zelfs een verse fruitsalade toe.
Hoe zo, out of the comfort zone
Zaterdag 17 maart – van de bush naar Kondoa
’s Nachts om twaalf uur begon het te onweren en te regenen. De tent was nog steeds niet waterdicht. Maar de schade bleef bij ons met wat kunst en vliegwerk beperkt, al waren onze slaapzakken en matjes wel een beetje nat. Bob en Marja hadden echter een tent met zwembad. Verder hadden we opeens last van hevig stekende mieren. Dus toch out of the comfort zone.
De
volgende morgen zijn we vroeg op pad gegaan op de fiets. Door
een prachtige weelderige natuur. Met dus veel bewoonde plaatsen,
omdat men zich hier goed in leven kan houden. Veel bananen, maïs
en ook veel zonnebloemen.
De weg was eerst nog stijgend en behoorlijk zwaar, maar onvergetelijk mooi. Puurder en dichter bij de schoonheid van de wereld kun je niet komen. Reinout kreeg er een brok van in zijn keel en last van brandende oogjes. De bevolking, jong en oud, is zeer vriendelijk. Als je ze groet in het Swahili (jambo) breken een gulle lach en stralende ogen door. Bob vertelde dat hij in de vijf weken dat hij als blanke nu door Afrika fietste, sterk ervaren had dat waar hij ook kwam, ook echt welkom was en gastvrij bejegend werd. En dat dit wel schril contrasteert met de bejegening van de Afrikanen in Europa.
Na 40 kilometer bushfietsen hielden wij het voor gezien. Met de bus naar Kondoa, waar we de watertank voor de afwas, wassen etc. wilden vullen. Kondoa is een levendig provincieplaatsje, met twee benzinestations, maar geen water. Alle water wordt naar dit soort plaatsen met tankauto’s aangevoerd en is dus zeer schaars. We vulden de voorraad dus maar aan met veel extra flessen water. Geen poedelbad dus vanavond. Kondoa is een moslim stadje. Vroeger was vooral de kuststreek, die in handen was van de Arabieren, moslim gebied, maar vanaf daar is de islam via de handelsroutes ook doorgedrongen tot de binnenlanden. Veel sluiers, een grote moskee, en je mag niet openlijk met het gekochte bier over straat. Wij beperkten ons tot een heerlijke koude cola.
Een eindje buiten Kondoa ons tweede bushcamp. Met dus per paar één fles water om je te wassen. Anne heeft vochtige doekjes bij zich, dus wij konden het met een halve fles. Maar echt fris word je niet. En het vochtige doekje ziet eruit alsof je er de truck mee gewassen hebt. Het bushcamp ligt vlak langs de weg, zichtbaar voor een ieder, maar er is geen reden om dat niet zo te doen. Geen moment last van een onveilig gevoel.
Het diner was weer van grote klasse. De avond valt hier snel en in de bush is in het donker weinig te beleven. Dus verdween iedereen heel vroeg in zijn tent.
Zondag 18 maart – van Kondoa naar Dodoma
De oudste zoon van Pascal en Dorina, Ion, is vandaag vier jaar geworden. En dat hebben we bij het ontbijt gevierd met zingen. Hij werd er verlegen van en zijn jongere broertje Dacian (anderhalf) keek verbaasd toe.
Daarna heel snel opgebroken want er dreigde regen. De meeste mensen verkozen daarom de dag te beginnen in de bus, maar Wilfred,die vaak de hele etappe op de fiets aflegt, en wij kozen voor fietsen in de nog frisse ochtend. Ook al was de weg weer bar slecht, we vlogen vooruit, met de wind en de regen achter ons. Fietsen over deze dirt road vergt opperste concentratie om niet te vallen, want voor je het weet mis je een kuil, modderstuk of rul zand en val je. Wonden genezen echter in deze contreien heel slecht. En dus willen we die voorkomen. Een van de deelnemers kampt sinds Ethiopië met schaafwonden, die inmiddels zijn gaan ontsteken. Ondanks ontsmettende zalf en zo. Het enige wat dan nog helpt is dagelijks schoonmaken, ontsmetten met dettol of betadine en goed verbinden, een antibioticakuur en een paar dagen rust. Dus zeker niet fietsen over vuile wegen.
Na 20 kilometer sloten de andere fietsers zich bij ons aan en na nog 20 kilometer was het lunchtijd. Duurt 20 kilometer over asfalt minder dan een uur, 20 kilometer over de dirt road kost al gauw anderhalf uur. De truck doet er bijna net zo lang over overigens.
De natuur was weer zeer afwisselend, soms bijna oerwoudachtig en groen en heuvelachtig, dan weer vlakker, droger, meer steppeachtig. We zagen een keer een soort hertje (grijs) de weg oversteken voor onze neus, maar daar bleef het ook weer bij. Los van de overstekende kuddes geiten en koeien.
Na de lunch stapte iedereen in de truck omdat we nog minstens 60 kilometer moesten afleggen naar Dodoma. Dodoma is de regerings hoofdstad van Tanzania. Vroeger zetelde de regering in Dar-es-Salaam, maar om economische en politieke redenen is de hoofdstad verplaatst naar Dodoma. Des te vreemder is het dat de kortste weg van Nairobi naar Dodoma (A104) de slechte weg is waarover wij nu fietsen en rijden. Er is wel een betere weg, maar dat is meer dan vierhonderd kilometer om! Over de A104 rijden voornamelijk bussen (streekvervoer) en trucks met voorraden voor de dorpjes langs de route.
Na ongeveer 10 kilometer kwamen we stil te staan. Voor ons hadden zich een bus vol passagiers met lading bovenop en vanuit de tegenovergestelde richting een truck vastgereden in een extreem modderig stuk weg. Bij de truck was bovendien de aandrijfas gebroken, dus daar was geen beweging meer in te krijgen. De bus werd zoveel mogelijk van zijn lading ontdaan, waarna een collega-bus hem met veel motorgeweld uit de modder trok. Dat deel van de weg werd daar echter niet beter van. Er lag een gapend nat en diep gat van zeker vijftien meter.
Stefano besloot buitenom te gaan, over de berm dus. We
haalden twee rijplaten van het dak om een extreem slecht stuk
met grote kuilen af te dekken, hij gaf vol gas en reed zich nog
vóór die rijplaten onwrikbaar vast in een soort veenachtige
grond. Einde oefening. De buschauffeur weigerde ons hulp, de
dienstregeling gaat voor alles kennelijk, maar een andere truck
wilde wel een trekpoging wagen. Daarvoor moest Stefano eerst
twee ijzeren sleepkettingen lenen en handkracht regelen om te
helpen graven, tegen betaling van veertig dollar. Dit alles
speelde zich af onder het toeziend oog van veel plaatselijke
bevolking, allen op hun zondags gekleed en met alle vrije tijd
van de wereld.. Wij stonden ook allemaal buiten de bus
natuurlijk, in de brandende zon. Het was inmiddels vier uur en
veel schot zat er niet in. We zagen ons al overnachten daar,
zonder water, weinig eten, vies en moe. De trekpoging leverde
alleen maar een verder vastlopen op, dus moest er trekkracht van
elders komen. De truck en het oplossen van dit probleem zijn de
verantwoordelijkheid van Stefano, als vertegenwoordiger van de
organisatie van wie Pascal de truck en de chauffeur heeft
ingehuurd. Maar de zorg voor en het onderdak van onze groep is
de verantwoordelijkheid van Pascal, die overigens vergelijkbare
problemen vaker op zijn avontuurlijke reizen tegenkomt.
Dus regelde hij dat een kleine truck van de politie Dorina en de kinderen en Bob (die nog niet mag fietsen) met onze hoognodige bagage naar Dodoma bracht. De rest van de groep moest die afstand (ongeveer 55 kilometer bleek achteraf) alsnog op de fiets afleggen. Een tocht van ongeveer drie uur dus.
Met water en koekjes voor onderweg gingen we rond half vijf op weg. Reinout en ik hadden er ’s ochtends dus al 60 kilometer opzitten, echt fit waren we dan ook niet meer. Reinout, die ’s ochtends aan het eind van het fietsstuk al aan het einde de man met de hamer was tegengekomen, zat er na twintig kilometer weer doorheen. In zijn eigen tempo, zwijgzaam en mentaal in zijn uppie overkwam hij deze inzinking ook weer, wel op een afstandje gevolgd door een bezorgde Anne en Ellie, die verpleegster is. Mooi optochtje. De tocht duurde lang en het meest frustrerende was dat niemand precies wist hoeveel kilometer we echt moesten afleggen en dat er nergens aanwijzingen waren dat we op de goede weg waren. En zo ploeterden we dan weer door modder, dan weer door lange stukken rul zand, heuvel op, heuvel af, door kuilen en over wasbord weg (weg met ribbels over dwars) richting Dodoma. De laatste tien kilometer zouden asfalt zijn, maar dat asfalt kwam maar niet en er was niets dat er op wees dat we stad naderden. Vlak voor het donker, en ook vlak voor de plek waar het asfalt begon, kwam Bob ons tegemoet met een pick-up. Opgelucht laadden we de fietsen in de bak, klommen er zelf bij en lieten ons het laatste stuk, in het donker, naar het hotel rijden. Daar was al het leed snel geleden na een groot glas bier of vruchtensap. Het hotel is het allerbeste van de stad Dodoma, de kamers waren ruim, met eigen toilet en douche en er kwam warm water uit de douchekraan. Tijdelijk terug in de comfort zone dus.
Onder de douche hebben we twee dagen stof en modder van ons afgeschrobd, ook hier kleurde het water rood. Pascal verzamelde de vuile was om morgen naar een wasserette te brengen.
Het diner was prima dus de energie kwam ook weer snel terug. Toch gingen we ook nu allemaal vroeg naar bed. Met medelijden met Stefano en DJ, die de nacht waarschijnlijk nog in de bush moesten doorbrengen.
Maandag 19 maart – rustdag in Dodoma
Rustdag in Dodoma, in een heerlijk hotel met alle luxe, goed ontbijt en ander eten en zelfs een internetcafé! Het hotel is een echt koloniaal gebouw, met een enorme sfeervolle binnenplaats, waar de destijds natuurlijk blanke gasten zich konden afzonderen van de barre buitenwereld. De overgang van bushcamp naar deze luxe is groot dus genieten we allemaal dubbel. We weten ook dat dit een tijdelijke luxe is.
Op weg naar het ontbijt kwamen Stefano tegen. Midden in de nacht was het eindelijk gelukt om de truck in Dodoma te krijgen nadat hij nog twee keer vaker vast was gelopen! Er was wel speciaal een truck vanuit Dodoma nodig voor geweest! Maar Stefano geniet van dit soort avonturen. Hij was een onderdeel aan het regelen voor de voorwielophanging, dat plaatselijk voor hem (na)gemaakt werd, net als een leiding die was gaan lekken. Dat is natuurlijk een voordeel van de economie hier, waar weggooien nog niet bestaat. Alles kan worden gerepareerd, en die technische kwaliteiten zijn vaak een goede basis voor een bedrijfje. Ook Wim, van wie de lichtmetalen Shimano trapas van de fiets stuk was en die overwoog om een nieuwe te laten overkomen, kon na een korte zoektocht door de stad, bij de plaatselijke technische school het onderdeel als maatwerk laten (na)maken.
Direct na het ontbijt moesten wij wel even aan het werk, alle tenten opzetten achter het hotel, om te drogen. Ook alle slaapmatjes moesten in de zon. Stefano regelde ook dat de bus werd schoongemaakt en hersteld, want er was door al het geweld van vastlopen en lostrekken wel het een en ander beschadigd. Duidelijk werd ook dat de weg van Dodoma naar Iringa nog meer onbegaanbaar is op dit moment. We rijden morgen dan ook verder over Morogoro, een omweg van 450 kilometer! Maar dat is beter dan weer vast komen te zitten.
We maakten ’s ochtend een wandeling door de stad. Eigenlijk is het een grote provincieplaats, maar door de regeringsactiviteiten ontstaan er overal nieuwe gebouwen. Maar ook de oude stad is er nog volop. Een grote wijk met allerlei straatjes, allemaal met hun eigen specialisatie: huishoudelijke artikelen en bouwmateriaal, stoffen en naaiateliers, meubels, technische bedrijven. In een van die zaken kochten we een stuk stof voor Anne. Haar blote benen veroorzaakten veel bekijks. Ook onder weg trouwens. Als de lokale kinderen ons ontwaren op de fiets lopen ze joelend naar de weg, mzungu!!! (blanke) roepend. Een blanke op de fiets, waar zie je zoiets. En als ze dan Anne ontdekken is de opwinding dubbel. Een vrouw op een fiets!!! Met blote roze benen!!! En al Mama!!! De ouderen reageren wat minder uitgelaten, de oude wijzen schudden filosofisch hun hoofd: “Een blanke op de fiets, alweer een jaar voorbij, wat gaat de tijd toch snel”.
Op de fiets heb je een fietsbroek aan, daar valt niet mee te marchanderen, maar midden in een stad of dorp is zo’n kleurige wikkeldoek die de welgevormde kuiten verhullen het beste wat je kunt doen.
Nu gaat deze tekst – met foto’s - via internet naar de site. De foto’s geven een beeld van onze eerste week in Afrika. Na Dodoma kan het nog wel een week duren voordat we weer een internetcafé tegenkomen. Dus verder verslag laat een tijdje op zich wachten.
Dinsdag 20 maart – van Dodoma oostwaarts
Voordat we konden vertrekken uit het hotel moesten we wachten op Pascal, die de schone was ophaalde ergens in Dodoma. Elke paar dagen leveren we onze vuile was in en zorgt Pascal er voor dat die gewassen wordt. Soms in een wasserette, soms door locals.
De overgang van de luxe van het hotel naar het geplande, primitieve, bushcamp aan het eind van de dag zorgde bij Reinout en mij voor wat mentale opstart problemen. We verlieten Dodoma rond negen uur en volgden de grote weg naar Morogoro, richting Dar-es-Salaam. Een prima asfaltweg, met aan weerszijden ook een brede strook zwart, hobbelig asfalt, bedoeld als een soort fietspad.
Hoewel dit dus de –enige– goede weg is naar de voormalige hoofdstad van Tanzania, is het verkeer gering. Alleen de bussen van het streekvervoer en grote vrachtauto’s met voorraad of benzine rijden over deze weg, een enkele keer een pick-up of een jeep. Men rijdt er wel vreselijk hard, en als er van de andere kant een tegenligger aan het inhalen slaat, moet je zorgen dat je in de berm komt.
Verder doen de Tanzanianen alles per fiets of te voet. En ze vervoeren dan ook van alles op de fiets: kinderen, grote zakken houtskool, stapels hout, kippen of andere lading.
De natuur was ook nu weer mooi, nog steeds heel groen, glooiend, met aan weerszijden in de verte bergketens. Veel wilde zonnebloemen, waar men olie van maakt, soms velden met wilde paardebloemen, en verder maïsvelden en andere granen. Soms leek het landschap wat op de Bourgogne, maar dan zonder wijngaarden. Hoewel er rond Dodoma wel wat wijn wordt verbouwd overigens. Geen (wilde) beesten helaas.
De weg was heel fijn om te fietsen, we reden meestal in een groepje en hadden er redelijk de sokken in. Onze truck heeft nog steeds allerlei mankementen door het vastlopen in de modder en het geweld waarmee hij daar weer uit getrokken is, dus de stop op 20 kilometer was onzeker. Vlak voor dat moment kwam de truck echter aanrijden. De volgende 20 kilometer verliepen ook snel maar daarna werd het snel warmer. Je moet hier echt uiterlijk om acht uur vertrekken om nog een beetje lekker te kunnen fietsen. We daalden bovendien van 1800 meter naar 450 meter en met elke kilometer afdaling werd het warmer en benauwder.
Onderweg kregen we regelmatig gezelschap van plaatselijke jongens op krakkemikkige fietsen, die vol enthousiasme de competitie met ons aangingen. Ze hielden dat soms kilometers vol, vaak uitgedaagd door Wim, die er dan flink de sokken inzette. Het is dan verbazingwekkend hoe hard die jongens kunnen fietsen op die oude barrels. Wij leggen het met ons mooie materiaal daar vaak tegen af. In elk dorpje dat we passeren zie je een verzamelplaats van fietsen, ofwel een plek waar men fietsen kan lenen of een plek waar ze gerepareerd worden. Dat is ons niet duidelijk.
Na 60 kilometer hielden Reinout en ik het voor gezien. Te warm. De anderen fietsen nog door tot de lunchstop op 80 kilometer. Daarna stapte iedereen in de truck, zelfs Pascal en Wilfred, die normaal nog een flink stuk doorfietsen. We hadden allemaal last van het andere klimaat.
Omdat Stefano nog aan de truck moest klussen (de signaal lichten deden het niet en er wordt hier voortdurend gecontroleerd door de politie), zochten en vonden we al om drie uur een plek om te kamperen. Alweer bushcamp dus. Stefano en DJ werden vrijgesteld van koken en afwassen om aan de truck te kunnen werken. Dat betekende dat wij allemaal aan de bak moesten voor het avondmaal. En dat viel niet mee want iedereen was erg moe en sloom.
We kregen die middag twee keer bezoek van “belangrijke” controleurs (de eerste een soort binnenlandse veiligheidsman, later nog drie hoge heren die de baas waren over het district waar wij ons kamp hadden opgeslagen). Ze deden niet echt moeilijk gelukkig maar wilden wel precies weten wie we zijn, waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Zodra men hier echter hoort dat we een tour door Afrika op de fiets maken, is het ijs gebroken.
Veel valt er over deze dag niet meer te vertellen. We kookten en aten zoveel mogelijk in het donker want het was op de campsite vergeven van de vliegjes en muggen. Voor je het wist zaten ze in het eten en dus in je mond. Ook na het eten hielden we de (hoofd)lampen zoveel mogelijk uit. Mede door de extreme en vooral klamme hitte was iedereen ook zo moe dat iedereen rond negen uur in de tent kroop. Als je in de sauna zit vind je het lekker, als je met een filmpje zweet op je matje ligt in de tent, heb je een probleem.
Nu iets meer over onze groep. Naast Pascal, Dorina en de kinderen Ion en Dacian bestaat de huidige groep uit vier echtparen en een single man. De echtparen (Bob en Marja, Chris en Ingrid, Wim en Ellie en wij) zijn allemaal in de leeftijd tussen vijftig en zestig jaar. Wilfred is veertig jaar en hij fietst dan ook de langste afstanden. Wilfred begeleidt soms voor Pascal reizen en heeft een paar jaar geleden de tocht van Heino en zijn gezin begeleid op Sri Lanka.
Wij zijn wel ongeveer de oudsten van de groep, maar we kunnen in het algemeen goed meekomen. De andere echtparen hebben wel veel meer fietservaring in exotische buitenlanden dan wij. In Lilongwe komen er nog vijf mensen bij, één stel en drie singles, waaronder Ed, een man die in Caïro is begonnen maar in Nairobi even is teruggevlogen in verband met zijn werk.
Dan nog een berichtje aan alle mensen die ons mailen. We vinden het heerlijk om levenstekens uit Nederland te krijgen, maar zijn niet in staat om op alle mails individueel te reageren. Het internetten kost sowieso erg veel tijd, vanwege de slechte verbinding en de falende computers, dus daaraan willen we niet eindeloos veel tijd besteden (in Dodoma zaten we in totaal 3 uur in zo’n hokje...). Maar we lezen alle mails en hopen dat onze verslagen jullie een goed beeld geven van ons avontuur.
Woensdag 21 maart – verder richting Morogoro
Na een onrustige nacht door darmproblemen van Reinout (waarschijnlijk van het verse fruit toetje in het hotel in Dodoma) vertrokken we vroeg op de fiets naar Morogoro. Reinout wilde met de truck, hij voelde zich te slap. Tot nu toe heeft nog niemand last gehad van dergelijke problemen, maar op enig moment komt iedereen aan de beurt.
Stefano moest in Morogoro onderdelen en een elektricien zien te vinden en vertrok direct achter ons aan zonder te stoppen. Dat betekende dat we als groep de 60 kilometer naar Morogoro moesten afleggen zonder ondersteuning van de truck. Met voldoende water en koekjes lukte dat prima. Reinout kwam ons 15 kilometer voor Morogoro tegemoet gefietst, omdat de aanwijzingen over ons ontmoetingspunt in Morogoro niet duidelijk bleken.
Nu zitten we in de beschaduwde tuin, het lijkt nog het meest op een Curaçaos hofje, van een soort steakhouse restaurant aan de rand van Morogoro. Stefano is nog een groot deel van de dag bezig met het repareren van de truck, dus heeft Pascal geregeld dat wij op het terrein achter dit restaurant onze tenten konden opslaan.
Een welkome rustige middag, vindt iedereen. In de schaduw valt het met de klamme hitte wel mee. Dus gebruikt iedereen deze middag om te lezen, dagboeken bij te werken, te internetten of toch nog even Morogoro te bezoeken. Reinout fietst daar net heen, Anne verkiest de schaduw van de tuin en benut de gelegenheid om dit verslag te typen.
Morgen rijden we door het Mikumi National Park. De grote weg loopt 60 kilometer door dit park en Stefano beweert dat wij ook over die weg mogen cq kunnen fietsen. Als we heel vroeg vertrekken (om vijf uur) zijn we rond half zeven bij dat park, het tijdstip dat de meeste dieren zich ook vertonen. Men zegt dat daar ook olifanten zitten. Of het echt veilig is om door het park te fietsen, weten we niet zeker, maar dat zullen we morgen bij de uitgangspoort wel zien. En anders doen we de tocht per truck, omdat we hoog zitten hebben we ook een prachtig zicht op het eventuele wild. Anne hoeft niet zo nodig een olifant direct voor of naast de fiets, Reinout wil wel eens zien dat een luipaard sneller kan lopen dan een fiets.
Zojuist werden we triest met de neus op het feit gedrukt dat we ver weg zitten. We kregen het bericht dat Henk Jurriën Claassen, aan wie we veel goede herinneringen bewaren vanwege onze kampeervakanties en heerlijke gastvrije avondlijke diners in de Drôme, overleden is. Reinout had hem een week voor ons vertrek nog opgezocht in het ziekenhuis in Frankrijk; graag hadden we hem weer in zijn huis in Francillon opgezocht in de zomer. Onze gedachten zijn bij zijn kinderen Knoets, Pien en Thijs.
Donderdag 22 maart – via Mikumipark tot voorbij Iringa
Onze Eerste Olifant!!! We moesten er wel vroeg voor op. En dat terwijl de muziek in het restaurant pas om 1 uur ophield. Om 4 uur rammelde Pascal aan onze tent. Vijf kwartier later reed de truck richting het Mikumipark. Toen we daar aankwamen was de zon net op en om kwart voor zeven klommen we, samen met Pascal, Wilfred, Bob en Wim op de fiets. Anne als enige vrouw, hoewel met de nodige bibbers, wat haar stemgeluid met een half octaafje verhoogde.
Het was nog een beetje heiig, wat de spanning alleen maar verhoogde. Na tien kilometer hadden we alleen nog maar een dode slang en twee olifantenkeutels gezien. Zouden we dan toch….? Maar even later was een eenzame giraf de heraut van een stoet van wilde dieren. Een kleine kudde olifanten die langzaam in de richting van de weg liep, een eindje verder nog een kudde, weer wat verder een olifant die op vijftien meter van de weg stond. We hebben even op elkaar gewacht en zijn er toen voorbij gefietst. Toen was Anne ook over haar angstjes heen. Zo’n eerste ontmoeting in het echt met Je Eerste Olifant is echt een gebeurtenis, waarbij je eerste tandje in het niets verdwijnt.
Even verder ook zebra’s, giraffen en antilopen, die eerst te verbaasd waren om weg te lopen. Op auto’s reageren ze niet of nauwelijks, de weg van Dar-es-Salaam loopt door het park, maar op mensen op een fiets zijn ze nog niet geheel ingesteld. Een paar kilometer later renden twee giraffen hard in de richting van de weg. Maar omdat wij daar fietsten, durfden ze niet over te steken en bleven ze naast ons parallel aan de weg galopperen. Tot we inhielden en ze de oversteek waagden, vlak voor onze fietsen. Ook nog een hele kudde, zo’n honderd, antilopen, het kon niet op. Voor we het wisten waren we het park door.
In een restaurant vlak buiten het park wisselden we onder een heerlijk ontbijt onze ervaringen met de anderen die in de truck gebleven waren. Daarna weer op pad met voor de liefhebbers nog veertig km op de fiets. De helft omhoog, de andere helft in een lange afdaling omlaag. Wij bleven dat stuk in de truck, er komen nog heel veel flinke klimmen. En toen allemaal in de truck voor een lange reis naar een prachtig resort met cottages in Afrikaanse stijl, een kilometer of veertig voorbij Iringa. Koud bier, warme douches en een driegangen diner in een restaurantgebouw, opgetrokken uit leem met een rieten dak en uitsluitend verlicht met olielampen. Maar het diner was perfect, bereid met uitsluitend ingrediënten van de eigen farm. Een topdag, de topdag tot nu. Wat een feest om dit te beleven.
Vrijdag 23 maart – een bewogen extra rustdag
Een bewogen dag met een grote gouden rand. We stonden klaar om op de fiets te stappen toen Pascal meldde dat de relatie tussen Stefano en DJ gisteravond dramatisch was geëxplodeerd. Ondanks langdurige bemiddelingspogingen tot gisteravond laat van eigenaresse Nicky van The Old Farmerhouse. Stefano was zo instabiel, dat Pascal de baas van African Routes om vervanging heeft gevraagd. Hij bedreigde niet alleen DJ maar ook Pascal! En dat betekende voor ons een extra dag op deze prachtige farm, want die chauffeur moest komen van de Tour d’Afrique, die een dagreis achter ons aan komt. We moesten deze tweede nacht wel kamperen in onze eigen tenten, want alle kamers en huisjes waren al weer volgeboekt. Aan het eind van de dag kwam als nieuwe chauffeur Errol weer terug en werden Stefano en DJ uiteindelijk, ook weer na veel gedoe, in dezelfde auto afgevoerd naar Dar-es-Salaam.
We hebben die onverwachte rustdag overigens op een bijzondere
manier doorgebracht.
’s Ochtends kregen we een rondleiding over de tabaksplantage en
-drogerij van deze farm. Handarbeid is overheersend, machines
worden alleen daar ingezet waar echt nodig, zoals een generator
die de droge lucht door de droogkamers voert. Al het andere
gebeurt met mankracht, tot aan het persen van de balen tabak. ‘s
Middags werden we over de kwekerij geleid, gespecialiseerd in
distels, waarvan de stekjes/zaden uit Nederland komen, de
inpakafdeling van die distels (die gekoeld weer naar Aalsmeer
gaan!) en de watervoorziening van de farm (een groot meer
ontstaan door een dam in de rivier). Deze boerderij is meer dan
drie generaties in bezit van een van oorsprong Syrische familie.
Het grote terrein was echter geheel verwilderd. Tien jaar
geleden heeft Nicky, een dochter van de huidige generatie, de
exploitatie gestart met het bushvrij maken van het terrein en
het opzetten van een camping, naast de farm. Inmiddels is het
dus een bloeiend bedrijf met een grote farm, lodges (van
eenvoudige tot twee hele luxe, honeymoon lodges),
kampeerplaatsen, restaurant, bar, en kwekerijen. Dit alles zorgt
voor veel werkgelegenheid (500 mensen) voor de omgeving. Nicky
heeft ook gezorgd voor scholen en gezondheidszorg in het nabij
gelegen dorp. Een geweldige vorm van ontwikkelingshulp door een
zeer gedreven, daadkrachtige maar vooral beminnelijke vrouw. Met
stip in onze toptien van opmerkelijke mensen.
Het was de afgelopen dagen steeds prachtig weer, ook vandaag
scheen de zon weer stralend.
’s Avonds kookten we onze eigen pot bij de truck, want Errol
neemt het morgen pas weer over. Voor het groepsgevoel was deze
dag prima. Tot nu toe hebben de onverwachte “tegenslagen”
geresulteerd in bijzondere ervaringen. Het vastlopen van de
truck en de daardoor noodzakelijk omweg leverde ons de
fietstocht door het Mikumipark op en de ruzie tussen Stefano en
DJ de extra dag met rondleiding op de farm. We hebben nu een
veel beter beeld van leven en werken in Tanzania en hebben ook
een veel groter deel van dit land gezien dankzij die omweg. We
zijn echt onder de indruk van dit land, de natuur en de uiterst
vriendelijke, veelal hardwerkende mensen.
Zaterdag 24 maart – jarig op de fiets naar Makumbako
Bij het ontbijt kreeg Anne tot haar verrassing een taart van brownies, versierd met zes kaarsjes en mooie bloemen. Later op de dag nog een paar Snickers, omdat ze regelmatig riep dat ze behoefte kreeg aan chocolade. Een deel van de taart werd al bij het ontbijt verorberd, de rest als toetje ’s avonds en de volgende dag.
We vertrokken om acht uur voor een lange dag fietsen. We streefden naar minstens 60 maar liever nog 80 kilometer om de rustdag van gisteren te compenseren. De weg was prima maar het was wel uitkijken voor het hard rijdende verkeer. Er was geen vluchtstrook, dus bij passerende tegenliggers moesten wij zorgen dat we in de berm kwamen. In het begin zaten er stevige klimmen in het traject maar we namen ze met gemak. Later kwamen de zogenaamde rolling hills, een voortdurend klimmen en dalen zoals in de Ardennen. Vermoeiend dus. De omgeving was weer mooi, glooiend groen, veel velden met maïs of zonnebloemen, hier en daar een dorpje, allemaal met een moskee. Ook de (achterkanten van de) bussen worden hier benut voor het uitzenden van religieuze boodschappen: Halleluja all the way, We trust in God, Alla Akbar e.d. Er lijkt alleen geen direct verband met het rijgedrag.
Rond Sao Hills fietsten we door een bos met Eucalyptusbomen, later afgewisseld met sparrenbomen, geplant door de samenwerkende papierindustrie van Noorwegen en Tanzania. Na Sao Hills ging de weg glooiend naar beneden, met lange afdalingen en soms een korte klim. We schoten flink op. De truck bleef weg – later bleek doordat er problemen waren met de brandstofpomp en een lekke band – dus fietsten we door tot het eerst volgende grote dorp, waar we gelukkig bananen, cola en vruchtensap konden kopen. Op 80 kilometer ontstond vanzelf een verzamelpunt van alle nog fietsende deelnemers. We besloten door te rijden tot Makumbako. Zonder veel water, maar wel in elkaars gezelschap. Gelukkig stond er even verderop een echt Koek en Zopie!!! Drie vrouwen, met een aantal kleine kinderen op de rug of de heup, en een stalletje, met warme zoete thee en oliebollen. En er passeerde een jongen op de fiets met een krat Pepsi Cola, waar we hem snel van afhielpen. Helemaal goed. Makumbako bleek niet meer dan een groot kruispunt, met veel kleine huisjes en drukte. Maar in het benzinestation verkochten ze drinken en patat! Gelukkig kwam niet veel later de truck ook weer opdagen. Hadden we ook mayonaise bij de patat.
Na nog een klein stukje met de truck weer de bush in. Errol
is goed in het vinden van mooie plekjes. Op een prachtige weidse
plek, met een schitterend uitzicht de tenten opgezet en de
verdere dagelijkse handelingen voor eten en slapen. Onder het
eten kwamen uit het niets vier zwijgende vrouwen met bossen hout
op het hoofd, ze keken niet op van onze aanwezigheid en
vervolgden onverstoorbaar hun weg. Dat waren de enige levende
wezens die we daar gezien hebben. Het geluid rond de tent ’s
nachts was waarschijnlijk van wilde zwijnen, maar daarvoor komen
we al niet meer van onze matjes.
Al met al een bijzondere verjaardag, met een record aantal
fietskilometers (bijna 110 kilometer).
Zondag 25 maart – van Makumbako richting de grens met Malawi
Voor de verandering was het bewolkt bij het opstaan maar in de loop van de ochtend verschenen de blauwe lucht en de witte wolken weer. We hadden heerlijk geslapen na die lange fietsdag en dankzij de koele nachttemperatuur. Want we zaten nog hoog.
Om kwart voor acht zaten we al op de fiets, hoe vroeger je vertrekt hoe meer profijt van de koele ochtendtemperatuur. Op een paar stevige klimmetjes in het begin na verliepen de eerste veertig kilometer snel, want we daalden veel. Er verscheen al weer geen truck. Bij onze stop op 40 kilometer (er stond zelfs een bankje in de schaduw) verscheen Pascal met de boodschap dat de truck weer een lekke band had. Maar wijzer geworden door de ervaring van de dag ervoor waren we dit keer ruim voorzien van drank en koekjes en bananen dus gingen we vol goede moed verder. Rond 50 kilometer was er een pittige klim en kregen we toch last van de inspanning van de dag er voor. Het werd ook flink warmer. Maar gelukkig stond de truck wel op 60 kilometer en we besloten om in te stappen. De weg ging daarna meer bergopwaarts dus we waren wel blij met ons besluit. Ook nu weer eindeloze velden met maïs of zonnebloemen, afgewisseld met struikgewas.
Om de gemiste fietsdag van twee dagen eerder goed te maken, reden we dit keer een flink stuk door richting de grens met Malawi. Dit traject was veel bergachtiger en ook veel meer bebouwd en bevolkt. Halverwege stopten we in een overvol dorp om drinken en wat eten te kopen. Binnen een oogwenk stonden tientallen mensen rondom de truck om te kijken en hun koopwaar aan te bieden. Waaronder heerlijke pittige vleespasteitjes, gevaarlijk maar verleidelijk. Het is een beetje wederzijds aapjes kijken, naar ons gevoel. Wij uit de truck naar hen, zij naar ons, en vooral naar de kinderen van Pascal en Dorina. Roze grote mensen zijn nog tot daar aan toe, maar roze en blonde peutertjes zijn echt een bezienswaardigheid. Het gedrag van de bewoners van dit dorp was niet echt typerend voor Tanzania. Meestal zijn de mensen bescheiden en afwachtend en breekt de brede glimlach pas door na het groeten.
Op 10 kilometer van de grens sloegen we ons bushcamp op. Stonden we de avond ervoor nog in volstrekte eenzaamheid, dit keer verschenen dus binnen een mum uit alle richtingen tientallen nieuwsgierige en luidruchtige kinderen op ons lip, en ook op onze stoeltjes, die de hele avond luidruchtig hebben staan kijken naar ons doen en laten. Een voorbode van Malawi waar daar schijnt er altijd publiek te zijn.
Dit was ons voorlopig laatste (bush)camp. Het water en eten zijn op en het gebrek aan comfort is dan vervelend. Ook het gedoe van tenten opzetten, eten koken, afwassen na een lange dag fietsen gaat dan tegenstaan. Slapen in de buitenlucht in de tent is heerlijk, maar dan moeten de voorzieningen wel in orde zijn. Dat is des te nijpender als de lekkere pasteitjes zorgen voor wat naijleffecten. In Malawi zullen we meer in lodges of hotels slapen: stroom, water en een (eigen) wc-bril.
We zijn aan het einde van onze tocht door Tanzania. Reinout zou er naar emigreren als hij 20 jaar jonger was. Prachtige natuur, heel aardige, vriendelijke mensen, en een land met veel mogelijkheden. Het tintelt van de kansen. David, de manager die ons op de farm van Nicky rondleidde vertelde dat er veel goeds is gebeurd de laatste jaren. Hij was ook echt trots op zijn land. Er is gratis en verplicht basisonderwijs, kleuterschool en de lagere school. De secondary school is niet gratis, maar als je schoolprestaties goed zijn, betaalt de overheid of een NGO. Dat geldt ook voor het vervolgonderwijs. Het is echt een land met een ontwikkeling in stijgende lijn. In Europa zijn we soms, beïnvloed door de stroom negatieve berichten, min of meer geneigd Afrika af te schrijven als een verloren continent. Dat oordeel verdwijnt snel als je door Kenia en Tanzania fietst. Een willekeurige greep uit de kranten illustreert de stijgende lijn. Zo is er is ruimte voor kritiek, bijvoorbeeld op de niet bedrijfszekere energievoorziening, er is ruimte voor een kritisch artikel over Aids, waarin aan de hand van een onderzoek de correlatie tussen welvaart en Aids wordt besproken (de armste mensen hebben het minste Aids, de hogere inkomensklassen het meest). Daarnaast artikelen over de voortgang van de ontwikkeling: het succes van de vergroting van de productie per hectare van landbouwproducten, een goed verlopen tussentijdse verkiezing, een onderwijscampagne voor de halfnomadische Masaï, een pleidooi voor een betere toegankelijkheid van het hoger onderwijs, een pleidooi voor meer Frans (!) in het onderwijs, kortom, een land in opwaartse beweging, in gang gezet door de oud-president Nyerere, die echt standbeelden verdient, als vader des vaderlands, met een heldere visie op de samenleving en samenleven. Leiderschap met een hoofdletter. Google zijn naam maar eens, warm aanbevolen.





